Onder middeleeuwse muziek wordt verstaan de West Europese muziek uit de periode 500 – 1400. De verbreiding van het christendom heeft de Europese muziek tot ontwikkeling gebracht. Doordat de muziek in de vroege middeleeuwen eenvoudig was in melodie hoefde dit niet opgeschreven te worden. Muzikanten droegen hun repertoire over op anderen waardoor traditionele gezangen en dansen in stand werden gehouden. Hierdoor is er weinig bekend hoe de muziek oorspronkelijk heeft geklonken.

De muziek van de middeleeuwen was gebaseerd op een systeem van eenvoudige zeventonige toonladders, de zogenaamde kerktoonladders. Een belangrijke ontwikkeling was de meerstemmigheid. Hierdoor ontstond de behoefte om muziek te noteren. Guido van Arezzo, een koormeester en monnik van een kathedraal in Toscane, ontwierp een systeem om de toonhoogten van gregoriaanse gezangen beter te kunnen onthouden. Daardoor ontstond de eerste muzieknotatie. Al deze ontwikkelingen leidde tot het loslaten van de kerktoonladders. Hierdoor ontstonden de majeur- en mineurtoonaarden met hun halve tonen zoals wij die hedendaags kennen. De muziek kreeg daardoor meer variatie.

In de periode van 1100 en 1300 was Europa rijk aan de muzikale invloed van troubadours, trouvères en minnezangers. Dit waren rondtrekkende componisten die op poëtische wijze zongen over de kruistochten, onbereikbare liefdes en maatschappelijke moeilijkheden in die tijd.

Om meer te lezen over de geschiedenis van de middeleeuwse muziek verwijzen wij u door naar deze website van Digischool.