De draailier is eigenlijk een mechanische viool, waarbij het wiel de vervanging is van de stijkstok. Over dit wiel liggen melodie en bourdonsnaren.  De toetsen verkorten de snaar waardoor de melodie ontstaat en de bourdonsnaren zorgen voor de ondertoon, te vergelijken met een doedelzak. Een karakteristieke eigenschap van een draailier is de ritmische begeleiding die ontstaat door bij het draaien aan het wiel vanuit de pols ritmische versnellingen aan te brengen wat de trompetsnaar in beweging brengt.

Vroegere draailieren konden erg groot zijn waardoor ze zelfs door twee personen tegelijk gespeeld werden. Een persoon draaide, de andere zorgde voor de melodie. Vanaf de 13e eeuw is het instrument ook steeds vaker op afbeeldingen te zien en krijgt hij meer zijn huidige vorm waardoor het niet alleen als begeleidingsinstrument, maar ook als melodie instrument gebruikt kan worden.